Bandenspanning mountainbike: de juiste druk per situatie

Bandenspanning mountainbike: de juiste druk per situatie

Inhoudsopgave

Bandenspanning mountainbike: de juiste druk per situatie

De juiste bandenspanning voor een mountainbike ligt voor de meeste rijders tussen de 1,5 en 2,5 bar, afhankelijk van je bandenmaat, je gewicht en het terrein waarop je rijdt. Dat klinkt als een breed bereik, en dat is het ook. Er is geen universele instelling die voor iedereen werkt. Hieronder lees je precies hoe je de beste druk voor jouw situatie bepaalt.

Vuistregels voor bandenspanning MTB

De bandbreedte is de eerste factor om op te letten. Een bredere band heeft minder lucht nodig om genoeg volume te bieden. Een smalle 29×2.10-band rijdt je al snel op 2,0 tot 2,5 bar, terwijl een brede 29×2.35-band goed werkt tussen 1,6 en 2,0 bar. Gebruik je een nog bredere plus-band of een fatbike, dan kun je soms al met minder dan 1,0 bar toe.

Je lichaamsgewicht speelt ook een grote rol. Een lichtere rijder van 65 kg heeft minder druk nodig dan iemand van 90 kg. Als vuistregel geldt: voeg voor elk extra tien kilo lichaamsgewicht ongeveer 0,1 tot 0,15 bar toe aan je begininstelling. Rijd je met een rugzak of extra bagage, tel dat gewicht dan ook mee.

Bandenspanning mountainbike per bandenmaat: indicatieve waarden

Bandenmaat Lichte rijder (tot 70 kg) Gemiddelde rijder (70-85 kg) Zware rijder (85+ kg)
29 x 2.10 inch 1,9 tot 2,2 bar 2,1 tot 2,4 bar 2,3 tot 2,6 bar
29 x 2.25 inch 1,7 tot 2,0 bar 1,9 tot 2,2 bar 2,1 tot 2,4 bar
29 x 2.35 inch 1,5 tot 1,8 bar 1,7 tot 2,0 bar 1,9 tot 2,2 bar
27.5 x 2.35 inch 1,6 tot 1,9 bar 1,8 tot 2,1 bar 2,0 tot 2,3 bar
27.5 x 2.60 inch (plus) 1,1 tot 1,4 bar 1,3 tot 1,6 bar 1,5 tot 1,8 bar

Dit zijn richtwaarden, geen vaste regels. Het terrein en je rijstijl bepalen uiteindelijk de finetuning.

Terrein bepaalt de finetuning

Op harde, droge paden wil je iets meer druk, zodat de weerstand laag blijft en je band niet te snel slijt. Rijd je door modderige, natte bossen of over technische rotspassages, dan helpt een lagere druk. De band vervormt dan iets meer en heeft meer grip op het oppervlak. Het verschil tussen “hard pad” en “technisch singletrack” kan al 0,2 tot 0,3 bar schelen.

Veel rijders zetten het voorwiel net iets zachter dan het achterwiel, ongeveer 0,1 tot 0,2 bar lager. Het voorwiel stuurt en heeft meer grip nodig; het achterwiel draagt meer gewicht en mag iets stijver zijn voor minder rolweerstand.

Tubeless of met binnenband?

Rijd je tubeless, dan kun je merkbaar lager gaan dan met een gewone binnenband. Bij een binnenband riskeer je bij te lage druk een “snake bite”: de band knijpt bij een klap tegen een steen door en prikt de binnenband op twee plekken tegelijk. Tubeless heeft dat risico niet, want er zit geen binnenband om door te knijpen. Tubeless rijders op technisch terrein rijden soms 0,2 tot 0,4 bar lager dan rijders met een binnenband op dezelfde band en hetzelfde gewicht.

Let er wel op dat je bij tubeless niet te ver onderspannen rijdt. Onder een bepaalde grens (die per band verschilt, maar vaak rond de 1,2 bar ligt) kan de band van de velg lossen bij een harde klap. Dat heet een “burp” en dat wil je niet op een afdaling.

Hoe controleer en pas je de druk aan?

Een goede pompmanometer is onmisbaar. Veel fietspompen hebben een ingebouwde meter, maar die zijn niet altijd nauwkeurig. Heb je de mogelijkheid, gebruik dan een losse drukmeter voor een betrouwbare aflezing. Controleer de spanning het liefst vlak voor elke rit, want banden verliezen ook zonder lekke band langzaam lucht. Bij tubeless kan dat iets sneller gaan dan bij een binnenband.

Wil je de optimale instelling vinden, begin dan in het midden van het bereik voor jouw bandenmaat en gewicht. Rijd een bekende route en let op hoe de fiets aanvoelt. Stuitert de band over wortels en stenen zonder grip? Zet hem zachter. Heb je het gevoel dat de band wrikkt of doorzakt bij bochten? Pompom hem iets harder. Na twee of drie ritten met kleine aanpassingen vind je jouw persoonlijke sweet spot.

De juiste bandenspanning voor jouw mountainbike is geen eenmalige instelling maar een gewoonte. Pas hem aan bij elk ander terrein, elk seizoen en elke verandering in gewicht of bandenmaat. Een verschil van 0,2 bar voelt op papier klein, maar op een technisch parcours merk je het direct in je grip en comfort.

Inhoudsopgave

Over de auteur