Fiets oppompen: zo doe je het stap voor stap

Fiets oppompen: zo doe je het stap voor stap

Inhoudsopgave

Fiets oppompen: zo doe je het stap voor stap

Een fiets oppompen doe je door de pomp op het juiste ventiel aan te sluiten en de band op te pompen tot de aanbevolen luchtdruk, die je op de zijkant van de band vindt. Klinkt eenvoudig, maar het type ventiel op jouw fiets bepaalt precies hoe je te werk gaat. Doe je het verkeerd, dan verlies je meteen lucht of beschadig je het ventiel.

Welk ventiel heeft jouw fiets?

Voordat je begint met het oppompen van je fiets, check je welk type ventiel je hebt. Er zijn drie veelvoorkomende soorten:

  • Hollands ventiel (Dunlop-ventiel): het meest gangbaar op Nederlandse stadsfietseen. Breed, met een rood rubberkapje. Je herkent het aan de zwarte kleur en het dikke uiteinde.
  • Frans ventiel (Presta-ventiel): smal en lang, vaak op racefietseen en mountainbikes. Heeft een klein moertje bovenop dat je eerst losschroeft voordat je kunt pompen.
  • Autoventiel (Schrader-ventiel): ziet eruit als het ventiel van een autoband. Breed, met een pin in het midden. Komt voor op veel mountainbikes en kinderfietseen.

Controleer ook of je fietspomp de juiste opening heeft. De meeste fietspompen hebben twee openingen: een grote (voor het autoventiel) en een kleine (voor het Hollands en Frans ventiel). Gebruik je de verkeerde, dan sluit de pomp niet goed aan en pom je de lucht direct terug de ruimte in.

Fiets oppompen: stap voor stap

Volg dit stappenplan voor elk type ventiel:

  • Hollands ventiel: draai de moer bovenop iets los, trek het rubberen kapje omhoog en steek de kleine opening van de pomp erop. Pomp tot de juiste druk en zet de moer daarna weer vast.
  • Frans ventiel: draai het kleine moertje linksom los (niet eraf), druk er kort op om vastgezette lucht vrij te maken, en sluit daarna de pomp aan via de kleine opening. Na het pompen draai je het moertje weer vast.
  • Autoventiel: verwijder het dopje, klik de grote opening van de pomp erop en pomp op. Zet het dopje er daarna terug.

Bij alle drie de ventielen geldt: houd de pomp recht op het ventiel zodat er geen lucht langs lekt. Schuin aandrukken is een veelgemaakte fout die de band niet of nauwelijks vult.

Hoeveel luchtdruk heeft je fietsband nodig?

De juiste bandenspanning staat op de zijkant van je fietsband gedrukt, in bar of PSI. Gebruik die waarden als leidraad:

Type fiets Aanbevolen druk
Stadsfiets (brede band) 3 tot 4 bar (43 tot 58 PSI)
Racefiets (smalle band) 6 tot 9 bar (87 tot 130 PSI)
Mountainbike 1,5 tot 3 bar (22 tot 44 PSI)

Een te lage bandenspanning zorgt voor meer rijweerstand, slijtage en een groter risico op een klapband (ook wel “snake bite” of sissende band genoemd). Een te hoge druk geeft minder grip en een harde, stuiterende rit. Wielertoeristen en mountainbikers passen de druk soms aan op het terrein of hun gewicht, maar voor dagelijks gebruik is de waarde op de band een prima uitgangspunt.

Welke pomp gebruik je het best?

Voor thuis is een vloerpomp (ook wel standpomp) het meest praktisch. Die heeft een manometer (drukmeter) zodat je precies ziet hoeveel bar je in de band pompt. Met een handpomp of minipomp kom je er ook, maar die geven minder druk per slag en hebben vaak geen meter. Voor onderweg is een minipomp handig als noodoplossing, maar thuis vul je de banden comfortabeler met een vloerpomp.

Hoe vaak je je fiets moet oppompen hangt af van het type band en gebruik. Smalle banden op een racefiets verliezen sneller lucht en vraagen om wekelijks bijpompen. Brede banden op een stadsfiets houd je met eens per twee à drie weken op spanning. Voel je voor het instappen even aan de band: te zacht, dan pompen.

Inhoudsopgave

Over de auteur