Achterband fiets vervangen: zo doe je het stap voor stap

Achterband fiets vervangen: zo doe je het stap voor stap

Inhoudsopgave

Achterband fiets vervangen: zo doe je het stap voor stap

De achterband van je fiets vervangen is lastiger dan de voorband, maar met de juiste aanpak doe je het zelf in ongeveer 20 tot 30 minuten. Het verschil zit in de ketting en de versnellingen die je even uit de weg moet werken. Hieronder vind je een duidelijk stappenplan, plus wat je nodig hebt en waar het vaak misgaat.

Dit heb je nodig

Zorg dat je dit bij de hand hebt voordat je begint:

  • Een nieuwe binnenband of buitenband (de juiste maat staat op de zijkant van je huidige band, bv. 28 x 1,75 of 700 x 35C)
  • Twee of drie bandenlichters (plastic, om te voorkomen dat je de velg beschadigt)
  • Een fietspomp met manometer
  • Een moersleutel of een steeksleutel van 15 mm (voor fietsen zonder snelspanner)
  • Een schone doek of handschoenen (de ketting maakt je handen vies)

Heb je een fiets met versnellingen? Schakel dan voor je begint terug naar de kleinste tandwiel achteraan en het kleinste blad vooraan. Dat maakt de ketting slapper en het wiel veel eenvoudiger te verwijderen.

Achterband fiets vervangen: stap voor stap

Stap 1: zet de fiets ondersteboven. Leg hem op het stuur en het zadel, of hang hem aan een fietsenstandaard. Zo staat hij stabiel en kun je makkelijk bij het achterwiel.

Stap 2: verwijder het achterwiel. Bij een snelspanner open je de hendel aan de zijkant en draai je hem iets los. Bij een gewone moer gebruik je de 15 mm-sleutel. Schuif daarna het wiel naar voren om de ketting er makkelijk af te halen. Trek het wiel vervolgens uit de vorken.

Stap 3: laat de band leeg lopen. Draai de ventieldop los en laat alle lucht eruit. Bij een Dunlop-ventiel (het meest gebruikte ventiel op Nederlandse fietsen) draai je ook het binnenste rubber slangje iets los.

Stap 4: verwijder de buitenband. Steek een bandenlichter onder de rand van de buitenband en haak hem vast aan een spaak. Doe hetzelfde een stukje verderop met de tweede lichter. Schuif dan de band over de velgrand. Ga langs de hele omtrek totdat één kant van de band los zit. Haal daarna de binnenband eruit.

Stap 5: controleer de buitenband en velg. Kijk of er iets in de buitenband zit, zoals een spijker of glas. Voel ook met je hand aan de binnenkant rond. Controleer of de velglint (het beschermende bandje over de spaaknippels) nog heel en goed zit. Een beschadigde velglint veroorzaakt vaak terugkerende lekke banden.

Stap 6: monteer de nieuwe binnenband. Pomp de nieuwe binnenband een klein beetje op, net genoeg om hem zijn vorm te geven. Steek het ventiel door het gat in de velg en leg de band rondom in de buitenband. Duw daarna de buitenband met je duimen over de velgrand. Begin bij het ventiel en werk naar beide kanten toe. De laatste strook is het zwaarst; doe dit als het kan zonder bandenlichter, want een lichter kan de binnenband inknijpen en direct beschadigen.

Stap 7: pomp de band op. De aanbevolen spanning staat op de zijkant van de buitenband, aangegeven in bar of PSI. Een stadsfiets rijdt vaak op 3 tot 4 bar; een racefiets kan oplopen tot 8 bar of meer. Controleer of de band gelijkmatig in de velg zit en nergens uitpuilt.

Stap 8: bevestig het wiel terug. Haak de ketting over het kleinste tandwiel en schuif het wiel recht in de vorken. Zorg dat beide kanten even ver naar achteren zitten, anders rijdt je fiets scheef. Zet de snelspanner of moer goed vast.

Veelgemaakte fouten bij het vervangen van de achterband

De meestgemaakte fout is de binnenband te weinig oppompen voor het monteren. Dan vouwt hij zich dubbel in de band, en zodra je oppompt ontstaat er een kink die de band doet knappen. Een ander veelgehoord probleem: het wiel scheef terug in de vorken plaatsen. Dit zorgt voor schuren langs de remblokken en slechte rijprestaties. Neem even de tijd om te controleren of het wiel recht hangt voordat je alles aanspant.

Laat je de ketting weleens los schieten tijdens het terugplaatsen? Dat is normaal. Til het achterwiel iets omhoog, draai de pedalen met de hand en de ketting valt vanzelf terug op het tandwiel.

Zelf doen of naar de fietsenmaker?

Een binnenband zelf vervangen is de moeite waard; het materiaal kost tussen de 3 en 8 euro. Een buitenband kost afhankelijk van het type en merk al snel 15 tot 40 euro. De arbeidskosten bij een fietsenmaker voor het vervangen van een achterband liggen naar schatting rond de 10 tot 20 euro in 2025, los van de onderdelen. Zelf doen scheelt dus geld, maar vraag om hulp als je een fiets hebt met een naafversnelling of een Nexus-naaf. Die zijn ingewikkelder te demonteren en makkelijk te beschadigen als je niet weet wat je doet.

Met een beetje oefening vervang je de achterband van een gewone fiets prima zelf. De eerste keer kost het wat meer tijd, maar de tweede keer gaat het al een stuk sneller.

Inhoudsopgave

Over de auteur