Een fietsketting vervangen doe je zelf in ongeveer 20 tot 30 minuten, mits je de juiste gereedschappen bij de hand hebt. Je hebt een kettingprikker nodig, eventueel een kettingsluiting, en de nieuwe ketting zelf. Hieronder lees je precies hoe je te werk gaat, waar je op moet letten en wanneer het écht tijd is voor een nieuwe ketting.
Wanneer is de ketting aan vervanging toe?
Een fietsketting slijt geleidelijk. De schakels rekken langzaam uit door gebruik, ook al voelt de ketting aan de buitenkant nog stevig. Die zogeheten “kettingrek” is het belangrijkste teken dat vervanging nodig is. Je kunt dit meten met een kettingslijtage-meter, een goedkoop hulpmiddel dat je bij elke fietsenwinkel koopt. Steek het gereedschap tussen de schakels: schiet het door, dan is de ketting te ver uitgerekend.
Als vuistregel geldt: vervang de ketting bij een rek van 0,5% (lichte slijtage, geschikt voor wie zijn cassette wil sparen) of uiterlijk bij 0,75% rek. Wacht je te lang, dan slijt ook de cassette of het tandwiel mee, en dan wordt de reparatie een stuk duurder. Gemiddeld gaat een ketting bij regelmatig gebruik zo’n 2.000 tot 3.000 kilometer mee, afhankelijk van rijstijl, weersomstandigheden en onderhoud.
Wat heb je nodig om de ketting fiets te vervangen?
- Nieuwe ketting (let op het juiste aantal versnellingen: 8-, 9-, 10-, 11- of 12-speed)
- Kettingprikker (om de kettingpen eruit te slaan)
- Kettingsluiting of slotschakel (optioneel, maar maakt het eenvoudiger)
- Combinatietang of sluittang (voor de slotschakel)
- Ontvetter en een doekje (voor de cassette en tandwielen)
- Kettingolie
Koop de nieuwe ketting altijd passend bij het aantal versnellingen van je fiets. Een 11-speed ketting op een 10-speed systeem past niet goed en rijdt stroef of springt af. De kettingbreedte verschilt namelijk per type. Twijfel je? Controleer het merk en het aantal tanden op je cassette, of vraag het na bij de fietsenwinkel.
Ketting fiets vervangen: stap voor stap
Stap 1: Verwijder de oude ketting. Zet de fiets op de kleinste tandwiel-combinatie (voor en achter), zodat de ketting zo weinig mogelijk spanning staat. Gebruik de kettingprikker om een kettingpen gedeeltelijk eruit te slaan, net ver genoeg zodat de schakel loslaat. Heb je een slotschakel? Dan open je die met een tang en haal je de ketting er eenvoudig uit.
Stap 2: Meet de juiste lengte af. Leg de nieuwe ketting naast de oude en tel het aantal schakels. Gebruik de oude ketting als sjabloon. Loop je een derailleursysteem? Dan kun je ook de methode gebruiken waarbij je de ketting door de derailleur voert en het grootse tandwiel voor en achter neemt: de ketting moet dan 2 tot 4 schakels langer zijn dan de kortste mogelijke verbinding. Verwijder overtollige schakels met de kettingprikker.
Stap 3: Leg de nieuwe ketting aan. Voer de ketting van voren door het derailleurwiel (of de voor-derailleur als je die hebt), dan om het achterste tandwiel. Sluit de ketting met een nieuwe kettingpen of met een slotschakel. Een slotschakel is eenvoudiger en veilig herbruikbaar.
Stap 4: Controleer de schakel. Trek de uiteinden van de ketting iets uit elkaar om de slotschakel goed op zijn plek te laten klikken. Draai daarna aan de pedalen en controleer of de ketting soepel loopt over alle tandwielen. Springt de ketting bij bepaalde versnellingen? Controleer dan de derailleurinstelling.
Stap 5: Smeeer de ketting. Breng na montage een dun laagje kettingolie aan op de binnenste schakels, terwijl je langzaam doortrapt. Veeg het overtollige vet weg met een doekje. Zo blijft de ketting schoon en gaat hij langer mee.
Veelgemaakte fouten bij het vervangen van de ketting
Een veelgemaakte fout is de ketting te lang laten. Een te lange ketting slaat door op de kleinste tandwielcombinatie en kan de derailleur beschadigen. Een te korte ketting blokkeert bij het schakelen naar het grootste tandwiel. Neem de lengte dus zorgvuldig op.
Een andere valkuil is een nieuwe ketting monteren op een sterk versleten cassette. De nieuwe ketting past dan niet goed op de hoekige tanden van de cassette en springt bij belasting. Bekijk de cassette-tanden goed: zijn ze puntig of scheef gesleten, dan vervang je die het beste tegelijk met de ketting. Dat voorkomt dat je de nieuwe ketting snel weer vervangt.
Tot slot: vergeet niet de derailleurwieltjes schoon te maken. Die pakken veel vet en vuil op en beïnvloeden hoe soepel de ketting loopt. Een korte schoonmaakbeurt met ontvetter en een oud tandenborsteltje is voldoende.
Een fietsketting vervangen is een klus die je na één keer prima zelf beheerst. Met de juiste ketting, een kettingprikker en wat geduld ben je klaar, en bespaar je een bezoekje aan de fietsenmaker. Houd daarna de ketting regelmatig schoon en gesmeerd, dan gaat hij aanzienlijk langer mee.







